Edith Bosch

over bijgeloof

Bijgeloof speelt een belangrijke rol in de sport. Denk aan Johan Cruijff die voor een wedstrijd zijn kauwgom op de helft van de tegenstander spuugde. Of Rafael Nadal die voor iedere service achtereenvolgens zijn broekje, shirt, neus, linker- en rechteroor moet aanraken. Hoe zit dat bij oud-judoka Edith Bosch?

Was jij een bijgelovige sporter? ‘Ik had wel een aantal rituelen ja. Zo droeg ik onder mijn judopak altijd hetzelfde witte t-shirt.’ Altijd? Dat gaat toch stinken? ‘Ik waste het natuurlijk goed en na een half jaar wisselde ik, want dan begon het inderdaad te ruiken. Dan kocht ik een nieuwe, maar dat shirt moest wel precies hetzelfde merk en model zijn, anders voelde het niet goed. Overigens moest ik dan nog steeds een tijdje wennen aan het nieuwe shirt. Een ouder kledingstuk is namelijk veel soepeler omdat het helemaal naar je lichaam gaat staan. Naast hetzelfde shirt droeg ik ook altijd dezelfde band. Ik had er ooit eentje met mijn naam erop gestikt, maar die mocht ik op een gegeven moment niet meer aan. Dat was wel balen.’

Nog meer rituelen? ‘Voor een judotoernooi moet je gewogen worden. Ik wilde daarvoor altijd per se douchen, anders voelde ik me niet prettig. Niet iedereen doet dat, want dat extra vocht zou net het verschil kunnen maken bij het halen van je gewicht. Gelukkig had ik daar vrijwel nooit problemen mee.’

Waarom deed je die dingen? ‘Vooral om controle te houden. Ik was tijdens mijn sportcarrière een ontzettende perfectionist en controlfreak. Uiteindelijk kun je in het leven alleen je eigen handelen controleren, maar door die rituelen dacht ik ook mijn omgeving naar mijn hand te kunnen zetten. Inmiddels weet ik dat het zo niet werkt, maar als sporter sta je onder zo’n grote druk dat je alles aangrijpt. Je moet wel heel erg sterk in je schoenen staan om niet bijgelovig te worden.’

Heb je vormen van bijgeloof gezien bij tegenstanders? ‘Ik lette eigenlijk niet zo op mijn tegenstanders, was meer bezig met mezelf. Ik kan me wel een Amerikaanse herinneren die altijd in pyjama naar de weging kwam. Dat was volgens mij wel een vorm van bijgeloof.’