Sjinkie Knegt over

Bijgeloof in de sport

Bijgeloof speelt een belangrijke rol in de sport. Denk aan Johan Cruijff die voor een wedstrijd zijn kauwgom op de helft van de tegenstander spuugde. Of Rafael Nadal die voor iedere service achtereenvolgens zijn broekje, shirt, neus, linker- en rechteroor moet aanraken. Hoe zit dat met de ambassadeurs van de Nederlandse Loterij? De man met de mooiste naam in de sport vertelt: shorttracker Sjinkie Knegt.

Ben jij bijgelovig?
‘Zeker. Mijn rituelen geven mij zekerheid. Als ik ze om de één of andere reden niet kan uitvoeren, speelt dat wel in mijn hoofd. Ik voel me dan toch twee procent minder zeker van mijn zaak. En die twee procent kan in het shorttrack net het verschil maken.’

Wat zijn die rituelen?
‘Veertig minuten voor de wedstrijd ga ik warmdraaien op de fiets. Dat moet mijn eigen fiets zijn, die neem ik altijd mee. Anderen doen dat niet, maar ik voel me daar goed bij. Ik trek ook altijd mijn schaatsen op dezelfde manier aan: eerst de linker, dan de rechter. Als enige doe ik mijn bril onder de bandjes van mijn helm. Ze hebben in windtunnels getest dat dit minder aerodynamisch is, maar ik doe het lekker toch. Het zit voor mijn gevoel veel beter.’

Is dat het?
‘Ik heb nog wel een kleine tik. Ik weet niet of het perse bijgeloof is, maar vlak voor de start draai ik altijd mijn helm nog net een tikkie strakker.’ Brengen deze rituelen jouw geluk?
‘Eigenlijk niet echt, want ik vind dat ik zelf altijd vrij weinig geluk heb. Natuurlijk ontsnap ik weleens aan een valpartij, maar voor mijn gevoel zijn er een aantal buitenlandse concurrenten die veel meer geluk hebben.'

Als het geen geluk brengt, waarom blijf je dan toch die bijgelovige rituelen uitvoeren?
‘Uiteindelijk voel ik me er prettig bij. Het gaat natuurlijk om zo hard mogelijk te schaatsen en dat kan ik alleen als ik me helemaal top voel.’